Orlando in de media: een antwoord aan Marije van Beek

In mijn ‘Orlando artikel’ heb ik het artikel van Marije van Beek in Trouw slechts gebruikt als een opstapje voor een bredere analyse van berichtgeving in diverse Amerikaanse en Nederlandse media over de schietpartij in Orlando. Dat had ik iets duidelijker kunnen maken. Maar in haar reactie lijkt ze mijn artikel op te vatten als een persoonlijke aanval. Het inhoudelijke punt dat ik maakte lijkt haar grotendeels te ontgaan.

Stereotype
Dat Marije van Beek in haar Trouw-artikel een genuanceerd beeld schetst van verschillen en ontwikkelingen in de verhouding tot homoseksualiteit binnen de Islam is mij allerminst ontgaan. Maar daar gaat het mij niet om. Ik beweer niet dat het artikel een stereotype beeld van “de islam” schetst, maar een stereotype beeld van de Orlando-schietpartij. Dat beeld is in allerlei andere media ontstaan en het Trouw-artikel bevestigt dit beeld.
Het artikel begint met een verwijzing naar de uiteenlopende reacties binnen de moslimgemeenschap op Orlando. Zonder die alinea was er bij wijze van spreken niets aan de hand geweest. Maar wie ‘Orlando’ noemt, roept direct een van de meest besproken vragen rond ‘Orlando’ op: wat heeft Omar Mateen tot deze daad gedreven? Veel lezers verwachten dan een antwoord hierop te vinden in het artikel. In diverse media wordt de nadruk gelegd op de (veronderstelde) radicaal-islamitische inspiratie van Mateen. Een artikel over “islam en homoseksualiteit” dat begint met een verwijzing naar ‘Orlando’ versterkt dat beeld.
In haar reactie doet ze dat opnieuw, maar nu stelliger en explicieter: “Mag ik Derks eraan herinneren dat de slachtoffers in Florida zijn gemaakt door een terrorist? Om precies te zijn door een terrorist die aan de telefoon met de alarmcentrale God omstandig begon te prijzen?” Ze lijkt mij hier te confronteren met feiten waarvan ik had moeten weten. Maar in mijn artikel had ik juist kritiek geleverd op dit gebruik van de term “terrorist”. Het heeft islamofobische en racistische connotaties gekregen doordat het veelal wordt gebruikt voor islamitisch-geïnspireerd geweld, terwijl de term veel minder vaak gebruikt wordt als de dader een blanke niet-moslim is.
Als Van Beek schrijft dat Mateen aan de telefoon met de alarmcentrale “God omstandig begon te prijzen”, lijkt ze te zeggen dat Mateen primair door de (radicale) islam geïnspireerd was. Ik ontken niet dat een islamitische inspiratie een rol heeft gespeeld. Mijn stelling is dat giftige mannelijkheid door heeft gespeeld in Mateens bewondering voor diverse radicaal-islamitische groeperingen die theologisch sterk van elkaar verschillen, net als in zijn bewondering voor de NYPD, zijn werk bij G4S, zijn mogelijke gewelddadige gedrag tegen zijn vrouw en uiteindelijk zijn aanslag op een queer club. Dat wijst op een veel fundamenteler probleem binnen de Amerikaanse maatschappij dan wanneer alle nadruk wordt gelegd op de islam. Dat is de hoofdlijn van mijn artikel, maar Van Beek gaat er inhoudelijk totaal niet op in.

Persoonlijk
Van Beek lijkt mijn artikel te lezen als een aanval op haar als journaliste, op Trouw en op ‘de media’. In mijn artikel spreek ik echter niet over ‘de media’ maar geef ik specifieke voorbeelden. Over dagblad Trouw zelf schrijf ik niets. Haar naam noem ik slechts eenmaal aan het begin; daarna spreek ik consequent over “het artikel” want ik wil het zakelijk houden.
Van Beek reageert nogal ad hominem: tot tien keer toe noemt ze mij bij name en ook zet ze me weg als een bevooroordeelde theoloog. Ik begrijp niet waarom Van Beek zo laatdunkend op mij reageert met zinnen als: “Ik zou zeggen: Lees nog eens goed.” “Mag ik Derks eraan herinneren dat…” En: “Wellicht kan Derks nog eens in het krantenarchief kijken.” Alsof ik niet kan lezen, een slecht geheugen heb en geen zicht heb op wat er zoal in Trouw over religie en homoseksualiteit geschreven is.
Wat ze tegen mij wil zeggen met de persoonlijk noot waarmee ze eindigt is mij niet duidelijk. Ze noemt hier onder andere het goede werk dat Wielie Elhorst, Ruard Ganzevoort en Dino Suhonic verrichten om de acceptatie van homoseksualiteit te bevorderen in christelijke en islamitische kringen. Zijn dat mensen aan wie ik maar eens een voorbeeld zou moeten nemen? Dat doe ik graag, dat doe ik al jaren en dat kan Van Beek goeddeels weten. Samen met Elhorst, Ganzevoort, Suhonic en vele anderen zet ook ik mij in om de acceptatie van homoseksualiteit te bevorderen. Maar net als zij maak ik mij eveneens zorgen over de directe associatie van islam met geweld en homovijandigheid, over homonationalisme en islamofobie, over racisme en witte onschuld. Dat is wat ik in diverse artikelen over en reacties op Orlando heb zien gebeuren en dat was de focus van mijn artikel.

Dit artikel is op 22 juni verschenen op Nieuwwij.

Advertisements
This entry was posted in Uncategorized and tagged , , , , , , . Bookmark the permalink.